• |
  • Fazili Consulting
  • |
  • Diensten
  • |
  • Referenties
  • |
  • Professionals
  • |
  • Nieuws
  • |
  • Publicaties
  • |
  • Contact
  • |
  • Vacatures
  • |



    Vakliteratuur

    In deze rubriek treft u literatuur aan op het vakgebied van organisatieontwikkeling en cultuurverandering en andere relevante vakliteratuur, gerecenseerd door Fazili Consulting.

    Terug naar publicaties

    De Wereld gaat aan Deugd ten onder , B. Mandeville (A. Jansen), Lemniscaat, 2006
    Leiderschap , T. Peters, Pearson Prentice Hall, 2005
    Naar de Woestijn en terug , Ph. Mirvis, K. Ayas, G. Roth Het Spectrum, 2004
    Strategie in Kaart gebracht , Kaplan en Norton, 2004
    De Emotiemarkt , S. Piët, 2003
    De Geest van Despotisme, Kets de Vries, M., 2004
    Het Leiderschap van Alexander de Grote, Kets de Vries, Engellau, 2003
    Wat Management werkelijk is, Magretta, Stone, 2003
    Atlas of European Values, L. Halman, R. Luijkx, M. van Zundert, Uitgeverij Brill, 2004
    Gebouwd voor de Toekomst, Collins, Porras, 2003
    De Bedrijfscultuur als Ziel van de Onderneming, Schein, 2000
    Waarde(n)vol Leiderschap, Nair, 1998
    De Beleveniseconomie, Pine, Gilmore, 2000
    De geïndividualiseerde Onderneming, Ghoshal, Bartlett, 1999
    Group Dynamics, Forsyth, 1998
    In Search of Excellence , Peters, T., Waterman, R.H., 1982


    De Wereld gaat aan Deugd ten onder

    B. Mandeville (A. Jansen), Lemniscaat, 2006

    De internationale managementliteratuur produceert jaarlijks vele theorieën over de achtergrond van het denken en handelen van mensen en managers (…). Maar wie naar de geschiedenis kijkt, komt ook fraaie en aansprekende gezichtspunten tegen. Op het vijfjarig lustrum van Fazili Consulting ontving ik van een charmante relatie en haar man het boek “De Wereld gaat aan Deugd ten onder” van Bernard Mandeville. Dat zou goed bij mij passen, zo werd erbij verteld. Dat bleek voldoende aansporing om het gelijk te lezen.

    Mandeville was een Nederlandse arts en filosoof die in Rotterdam is geboren (1670) maar het grootste deel van zijn leven in Engeland heeft gewoond (1733). Maar hij is beroemd geworden door zijn politieke observaties en pamfletten. Deze gingen lijnrecht in tegen wat in het begin van de 18e eeuw politiek en maatschappelijk correct was. Zijn stelling was, dat ondeugden van nut zijn om het leven aan te kunnen. Ondeugden vergroten de vindingrijkheid van de mens. De politiek gebruikt ondeugden voor het algemeen welzijn. Ondeugden vormen daarmee de basis en de motor van een gezonde samenleving. Volgens Mandeville zou alles spaak zou lopen als iedereen deugdzaam was. Mandeville had weinig op met moralisme, braafheid en vroomheid. Het onderdrukken van zijn zwakten en hartstochten schaadt de mens volgens Mandeville lichamelijk en geestelijk. Zijn realisme en pragmatisme schokten velen maar brachten ook fraaie uitspraken, zoals: “Trots en ijdelheid hebben meer ziekenhuizen gebouwd dan alle deugden bij elkaar”.

    In het deel De fabel van de bijen, Particuliere ondeugden, publieke weldaden onderbouwt Mandeville dat het kwaad noodzakelijk is voor een prettige samenleving. Als iedereen tevreden en blij zou zijn, dan kregen we nooit iets voor elkaar. Bovendien kunnen verstandige bestuurders de maatschappij sturen en reguleren door het bespelen van de mindere karaktertrekjes van hun onderdanen.

    In het deel Bescheiden verdediging van openbare bordelen (1724) geeft hij aan, dat wellust een menselijke eigenschap is die je maar beter kunt accepteren en er een uitlaatklep voor kunt bieden, dan puriteins verbieden. Hij ontwikkelde een plan voor openbare bordelen, onder dokterstoezicht, en uitgaande van de wijsheid dat losbollen de beste echtgenoten zijn. En ook aan de behoeften van vrouwen besteedde hij aandacht, opmerkelijk voor deze puriteinse en vrouwonvriendelijker tijd.

    Niets voor moraalridders! Maar voor realisten en andere ondeugdelijke mensen, of voor wie bijvoorbeeld de boeken van Manfred Kets de Vries aanspreken, is Mandevilles “De Wereld gaat aan Deugd ten onder” een absolute aanrader.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Leiderschap

    T. Peters, Pearson Prentice Hall, 2005

    Tom Peters is een van de belanghebbende managementgoeroes van dit moment. Hij werd met name bekend door zijn boek “Excellente Ondernemingen” dat hij samen met Robert Waterman schreef en in een poll van Bloomsbury Publishing werd verkozen tot het beste managementboek aller tijden. Hierin stelde hij het belang van sterke culturen en de relatie met winstgevendheid centraal. Ook is hij auteur van boeken als Waanzinnige Ondernemingen, Het einde van de Hiërarchie en Op Jacht naar Wow.

    Leiderschap is geen regulier managementboek maar eerder een populair handboekje. Het is vlot geschreven, staat vol kleurrijke foto’s en pakkende anekdotes en leidt de lezer in staccato-stijl langs 4 hoofdstukken: 1) Streven naar excellente prestaties; de leiderschap50; 2) Bazenwerk: helden, demo’s, verhalen; 3) Hier is je nieuwe baas: vrouwen aan de macht! en 4) De belangrijkste taak van de baas: de talent25. Het boekje - 160 pagina’s – is sterk gericht op het aansporen van managers om hun voorbeeldfunctie te vervullen en om concrete actie te ondernemen.

    Lezers die het werk van Peters kennen zullen geen nieuwe theorieën herkennen, of het moet de nadruk zijn op de vrouw als nieuwe baas. Peters gaat goed met zijn tijd mee – geen wonder voor iemand die bedrijven adviseert hoe met de toekomst om te gaan – en heeft een boekje geschreven voor de zappende manager van dit moment. Weinig tijd maar behoefte aan korte en krachtige statements en feedback. Het boekje is door zijn handzame formaat praktisch meegenomen in jas of tas en biedt aan het eind van de dag voldoende stof voor reflectie, goede voornemens en gerichte actie. Aanbevolen voor de praktische manager.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Naar de Woestijn en terug

    Ph. Mirvis, K. Ayas, G. Roth Het Spectrum, 2004

    "Naar de woestijn en terug" is het verhaal van Unilever Bestfoods Nederland, de Nederlandse divisie van Unilever. Unilever Bestfoods Nederland dreigde in de jaren negentig ten onder te gaan, maar wist na intensieve inzet en verandering het tij te keren. Unilever is bij de meeste mensen bekend als het bedrijf van produkten als Magnum, Omo, Dove, Knorr en Ben & Jerry's. En als een groot bedrijf: 234.000 medewerkers, 500 bedrijven in 90 landen en een omzet van 43 miljard euro. Maar ondanks deze indrukwekkende cijfers gaat het in 1995 mis bij de vestiging in - of all places - Oss, Noord-Brabant. "Het bedrijf zit diep aan de grond, terwijl de markt blijft krimpen. Management en medewerkers zitten samen in het moeras van een demotiverende cultuur".

    Het boek verhaalt vervolgens over de reorganisaties en veranderingen om het bedrijf te redden. Alhoewel het een aardig beeld geeft van reality business in plaats van alle fraaie theorieën, is dat het minst interessante onderdeel van het boek. De kern van het boek is de manier waarop Unilever de problemen te lijf gaat. Dit gebeurt onder de bezielende leiding van de nieuwe bestuursvoorzitter, die met zijn 180 gedreven teammanagers op zoek gaat naar hun eigen kern. Dit doen zij onder andere door diverse teambuildingsessies, door community building in de woestijn van Jordanië en via learning conferences.

    Het boek legt sterk de nadruk op de waarde van leiderschap, van persoonlijke ontwikkeling en gaat uit van de principes van de lerende organisatie. Het bereiken van authenticiteit geldt als een van de doelstellingen. Het boek schetst niet zozeer de blauwdrukken, maar geeft juist inzicht in het proces van vallen en opstaan dat nu eenmaal gepaard gaat met veranderingsprocessen. Dat geldt zowel voor de teammanagers als voor de ingeschakelde organisatieadviseurs.

    De meerdere invalshoeken van het boek, de verhalende manier van schrijven gecombineerd met een blik in de keuken van een reorganisatieproces geven een duidelijk beeld van het ontwikkelingsproces. Gelukkig wekt het niet de indruk dat het allemaal rozengeur en maneschijn is. Tussen de regels door is het vakenthousiasme van de schrijvers, allen organisatieadviseurs, duidelijk voelbaar. Warm aanbevolen.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Strategie in Kaart gebracht

    Kaplan en Norton, 2004

    Kaplan en Norton zijn met name bekend geworden met de Balanced Scorecard (1996). De essentie van de Balanced Scorecard is de combinatie van meetbare prestatiefactoren vanuit verschillende invalshoeken (klant, financieel, processen etc.) waardoor meer houvast ontstond op de strategie van het bedrijf. Nu, ruim tien jaar later, borduren Kaplan en Norton voort op het strategieconcept met hun nieuwe boek "Strategie in Kaart gebracht".

    Zij introduceren het begrip 'strategiekaart', waarop een viertal organisatieprocessen wordt uitgewerkt: operationele processen, contact met klanten, innovatie en controle- en sociale processen. Deze vier processen bepalen tezamen de strategie van het bedrijf. Kaplan en Norton geven aan, hoe deze vier processen beheerst en gemeten kunnen worden en waarom dit leidt tot waardevermeerdering. Dit vormt een van de waarden van het boek zelf: het blijft niet hangen in abstracte concepten maar besteedt veel aandacht aan zowel de logische onderbouwing als in de daadwerkelijke implementatie. Dit gelukkig zonder te vervallen in de "how to" benadering die helaas veel managementliteratuur kenmerkt. In 'Strategie in Kaart gebracht' wordt een concrete invulling gegeven aan de Balanced Scorecard. Deze boeken moeten eigenlijk niet afzonderlijk maar tezamen aangeschaft en gelezen worden.

    Piët schetst via vele anekdotes, thema's en actualiteiten de worstelingen en afwegingen die mensen maken. Genadeloos prikt zij door de maskers heen die de mens en de maatschappij zich opleggen. De stijl is prikkelend, vaak cynisch en humoristisch tegelijkertijd en zet vaak na tot nadenken. De inhoud zet vaak aan tot denken, alhoewel de staccato-stijl van schrijven rusteloos werkt en kan irriteren.

    Een ander winstpunt van het boek ligt in de geïntegreerde invalshoek die de auteurs hanteren. Niet de processen sec, maar de integratie en het samenspel van deze vier processen vormen de relatie naar de strategie van het bedrijf. Pas bij een juiste onderlinge afstemming ontstaat daadwerkelijke meerwaarde. Een benadering zoals die bijvoorbeeld ook bij Collins en Porras in "Gebouwd voor de Toekomst" (2003) duidelijk naar voren komt. De definitie van meerwaarde wordt door Kaplan en Norton in verfrissende eenvoud gesteld: het verschil tussen wat consumenten betalen en wat het de organisatie kost om het produkt cq. de dienst op de markt te zetten. Dit spreekt met name de praktische ingestelde lezers aan. Dit wordt versterkt door hoofdstuk 4, waarin verschillende strategieën worden besproken die gelden voor verschillende situaties. Kaplan en Norton beschrijven de strategie van de lage kosten, van het productleiderschap, van complete klantoplossingen en van zgn. lock-in strategieën. Elke strategie kent hierbij zijn eigen mix van de vier genoemde processen.

    Een interessante vraag in het boek is, of strategie de cultuur bepaalt of dat cultuur de strategie bepaalt. Waarschijnlijk het eerste, zo stellen Kaplan en Norton, maar zakken vervolgens door het gladde ijs door te stellen dat cultuur geen wezenlijke factor is voor een effectieve implementatie van een strategie. Duidelijk minpunt, alhoewel ze eerlijk stellen dat "nog duidelijk veel werk" op dit terrein moet worden verricht

    De nadruk in het boek ligt op de causaliteitsdiagrammen. Hiermee wordt continu het belang aangetoond van het laten aansluiten van de vier perspectieven. Ook wordt de theorie ermee verhelderd; de presentaties en de case studies werken daarmee duidelijk en logisch. Een ander waardevol punt betreft de voorbeelden die zowel uit de private als uit de publieke sector worden genoemd. Dit vormt een welkome afwisseling ten opzichte van de managementliteratuur die steeds weer hetzelfde rijtje bedrijven uit het top-100 lijstje laten zien. De vele voorbeelden uit de praktijk en de heldere, logische schrijfstijl maken het boek goed en prettig leesbaar en met name bruikbaar. Enthousiast aanbevolen.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Emoties te Koop?

    De Emotiemarkt,
    S. Piët, 2003

    De Emotiemarkt is tijdens het Managementboekengala bekroond tot managementboek van het jaar 2004. Wat kan de lezer verwachten? Geen boek met al te praktische handvatten voor dolende managers, maar een betoog dat prikkelt en aanzet tot denken.

    Piët betoogt dat de economie een beleveniseconomie is geworden, in de zin zoals ook Pine en Gillmore (Pine & Gillmore, 2000) reeds hebben aangegeven. De mens is op zoek naar fun, naar identiteit, authenticiteit, naar het aangaan van nieuwe belevenissen en ervaringen. De oude economie, gebaseerd op rationele aannames, is voorbij. De behoeften "in het penthouse van de Maslow-piramide" zijn al gestild. Het streven naar bezit en perfectie heeft niet geleid tot het gewenste geluk. Wat overblijft zijn knellende vragen als: is geluk dan niet te koop? Wat is dan de zin? En hoe bereik ik dit?

    Piët schetst via vele anekdotes, thema's en actualiteiten de worstelingen en afwegingen die mensen maken. Genadeloos prikt zij door de maskers heen die de mens en de maatschappij zich opleggen. De stijl is prikkelend, vaak cynisch en humoristisch tegelijkertijd en zet vaak na tot nadenken. De inhoud zet vaak aan tot denken, alhoewel de staccato-stijl van schrijven rusteloos werkt en kan irriteren.

    Zoals iemand die richting schetst betaamt, komt Piët met een aantal handvatten. Van alle geschetste nieuwe ontwikkelingen terug naar ouderwetse waarden en adviezen: zoek geen geluk, maar vindt geluk door toewijding, ga voor lange termijn waarden en jaag niet het korte termijn succes na, kijk niet alleen naar jezelf maar ook naar anderen en accepteer dat niet alles te koop is maar dat zaken zijn zoals ze zijn.

    Waar ligt dan de waarde van dit boek? Niet in de heldere opbouw, de concrete adviezen of uitgewerkte analyses. Daarvoor is het boek teveel een manifest en te weinig een onderzoek. Wel in de treffende omschrijvingen van de breedte en diepgang van de zoektocht van de huidige mens en maatschappij en in de wijze waarop het boek tot nadenken stemt. Niet voor doeners, wel aangeraden.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    De Geest van Despotisme

    Kets de Vries, M., 2004

    Kets de Vries heeft weer een fraai boek geschreven over leiderschap, en ditmaal over despotische leiders: leiders die op basis van macht en machtsmisbruik hun omgeving sturen en terroriseren. Als model gebruikt hij hiervoor Shaka Zoeloe, de Afrikaanse krijger-koning (1787 - 1828) die met veel bloedvergieten en terreur een compleet volk regeerde.

    Kets de Vries laat, als echte psycholoog, beide kanten van het nature - nurture debat aan bod komen (of zoals een collega dat zo mooi beschrijft: genen of trainen). Hij beschrijft zowel persoonlijkheidseigenschappen als omgevingsfactoren als verklaring voor het gedrag van Shaka Zoeloe. Zo wordt de moeder van Shaka Zoeloe, Nandi, omschreven als een vrouw met een moeilijk, opvliegend temperament. Na haar verstoting door de stam, gebruikelijk in sterk collectivistische samenlevingen met een sterke sociale controle, was zij haar 'eer' kwijt en moesten zij en de jonge Shaka Zoeloe veel vernederingen ondergaan. Dit werd versterkt door zijn broodmagere uiterlijk. Al deze factoren maakten Shaka Zoeloe een eenzame, verbitterde en nijdige jongeman.

    Overbevolking en voedselgebrek dwongen de toch al op macht gebaseerde cultuur tot oorlogen tussen stammen. Shaka Zoeloe had zich inmiddels bij het militaire regime aangesloten en vond daar compensatie voor zijn mindere gevoel van eigenwaarde, en uitlaatklep voor zijn agressie. Zijn moed en vechtlust waren groot en al snel klom hij op tot impi, tot krijger en later tot commandant in het leger van koning Dingiswayo. Het gaf hem eindelijk het gevoel iemand te zijn. Na het overlijden van zijn vader, Zoeloe-opperhoofd Senzangakhona, pleegde hij een coup en nam het bevel over. Vanaf dat moment vergrootte hij met veel onderdrukking, terreur en bloedvergieten zijn imperium. Het 'spiezen' van tegenstanders, opensnijden van zwangere vouwen en verpletteren van zijn eigen kind zijn slechts enkele gruwelijke voorbeelden. Hij leidde een militiaristische staat op basis van een geolied leger dat gold als uiterst capabele vechtmachine. Hij was goed in staat om zijn krijgers binding en betekenis te bieden in hun anders zo armzalige bestaan.

    Psychologische en culturele thema's die in het boek goed beschreven worden, zijn het losmakings- en individualiseringsproces, het conflict tussen vader en zoon, narcistisch gekwetstheid, de antisociale en sadistische karakterstoornis, paranoia, identificatie. Voer voor psychologen! Daarnaast geeft het boek een helder beeld van de cultuur en gebruiken van Afrika in deze periode en de gevolgen die dat heeft op het denken en het gedrag van de mensen.

    Het boek geeft een goed en boeiend inzicht van despotisch leiderschap tegen de achtergrond van het Afrika van die tijd. Ook geeft de schrijver enkele adviezen om terreur tegen te gaan en trekt hij lessen uit kenmerken van despotisch leiderschap voor effectief leiderschap. De uitspraken en spreuken tussen de hoofdstukken door vullen het boek mooi aan. Bekend qua stijl, voorspelbaar qua inhoud, maar daarom niet minder interessant.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Het Leiderschap van Alexander de Grote

    Kets de Vries, M., Engellau, E., 2003

    Manfred Kets de Vries, econoom en psycholoog, heeft meerdere boeken geschreven over de psyche van leiderschap en de praktische doorwerking hiervan in de werking van organisatie. Op heldere wijze analyseert hij, vanuit de vroege jeugd naar het heden, de ontwikkelingsprocessen en ontstane drijfveren van leiders. In dit boek ligt Alexander de Grote van Macedonië op de divan, de man die een belangrijke invloed heeft gehad op de geschiedenis. Kets de Vries maakt duidelijk, dat het gedrag van Alexander de Grote direct voortvloeit uit de manier waarop hij zich psychisch heeft ontwikkeld. De vroegere binding met zijn ouders en de achtergrond van zijn sterke drang en motivatie worden op heldere en aanstekelijke wijze beschreven. Goed gekozen. Mooi gekozen invalshoek en boeiend.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Wat Management werkelijk is

    Magretta, J., Stone, N., 2003

    Om met de deur in huis te vallen: Wat Management werkelijk is is een management-must. Een zeer helder en doordacht boek waarin de essenties van management worden beschreven. Niet in de traditie van de oppervlakkige "How to….." - boeken, maar vanuit een logische opbouw en diep inzicht in de werking van organisaties. Het boek is opgedeeld in twee delen. In deel 1 wordt nader ingegaan op het ontwerp: waarom en hoe mensen samenwerken. Hierin beschrijven Magretta en Stone de basiselementen en wetmatigheden achter het creëren van waarde, ondernemersmodellen, strategie en organisatie. In deel 2 komt de praktijk aan bod: het belang van de juiste cijfers, doelstellingen en maatstaven, innovatie en onzekerheid, resultaat boeken en managen van mensen en waarden. De waarde van het boek ligt in de doordachte wijze waarop management als professie en als discipline wordt uiteengezet. De logica en concepten achter managementkeuzes worden helder uiteengezet. Deze focus op essentials wordt tegelijkertijd zeer concreet en met goede voorbeelden weergegeven. Uitstekende en verplichte managementliteratuur.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Atlas of European Values

    L. Halman, R. Luijkx, M. van Zundert, Uitgeverij Brill, 2004

    Net voor de zomer kwam de atlas van Europese waarden uit (Loek Halman, Ruud Luijkx, Marga van Zundert: Atlas of European Values, Uitgeverij Brill, 2004, ISBN 90 04 14460 9). Niet goedkoop ( € 136,75), zelfs duurder dan de Bosatlas, maar je hebt dan ook wat. Deze atlas geeft in plattegronden en diagrammen weer wat tot nu vooral in de vorm van vele tabellen beschikbaar was: de uitkomsten van het derde grote waardeonderzoek in bijna alle Europese landen (uitgevoerd in 2000). Dit onderzoek, de European Values Studies, begon eind jaren zeventig en leidde tot vragenlijsten over wat mensen denken over godsdienst en moraal, het gezin, de politiek en werk. Per land hebben in 1980, 1990 en 2000 zo'n 1000 mensen per keer deze vragen beantwoord.

    Je kunt de resultaten van dit onderzoek op zich op twee manieren bekijken, de veranderingen in deze periode en de verschillen in opvattingen per land. Als je de beschikking hebt over de database zelf, heb je ook meer gedetailleerde resultaten, zoals naar geslacht, inkomen, opleidingsniveau en de fysieke omgeving van betrokkene (van platteland tot grote stad).

    De vragenlijst van 2000 met de antwoorden voor Nederland en het gemiddelde van de 25 lidstaten van de Europese Unie zal in het najaar via de vernieuwde website van Fazili Consulting te zien zijn. Bij onze inleidingen over (nationale) culturen gaan wij ook in op dit onderzoek. Ook gebruiken we het om deelnemers in groepjes bewust te maken van de belangrijkste verschillen tussen landen. Zo verzorgden we begin dit jaar voor een groep Indonesische diplomaten een dag over interculturele communicatie in de Zuidoost-Aziatische context. Hierbij vroegen we hen aan de hand van een uitdraai van het vergelijkbare World Values Survey de belangrijkste verschillen aan te geven tussen Indonesië en China, Indonesië en de EU en Indonesië en Singapore en de Filippijnen. In het najaar doen we iets soortgelijks voor Oost-Europese diplomaten.

    De atlas maakt honderden bladzijden tabellen ineens een stuk inzichtelijker en vormt daarbij een prima introductie. Dit is een prachtig boek om eens kennis te maken met de Europese familie waarvan wij Nederlanders (wat wij daarvan ook denken) een heel gewoon lid zijn.

    Pieter van Nispen

    Terug naar boven


    Gebouwd voor de Toekomst

    Collins, J.C., Porras, J.I., 2003

    Gebouwd voor de toekomst is geschreven door twee Amerikaanse organisatiekundigen en geeft een beschrijving van 18 geselecteerde, zogenaamde "visionaire bedrijven". Deze bedrijven, zoals Walt Disney, IBM, Motorola en Sony, zijn bedrijven die op langere termijn hebben bewezen, zowel hun identiteit te bewaren als zich te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Collins en Porras onderzoeken het specifieke, het onderscheidend vermogen dat deze bedrijven hebben ten opzichte van een geselecteerde controlegroep. Niet zozeer charismatisch leiderschap, winstcijfers of marktinzicht zijn bepalende factoren, maar veel meer de mate waarin fundamentele waarden consistent en eenduidig zijn vertaald in de gehele organisatorische architectuur. Naast het beschrijvende deel, dat overigens op onderdelen sterk doet denken aan het fameuze In Search Of Excellence van Peters en Waterman, geven de auteurs ook enkele adviezen mee. De waarde van het boek ligt met name in de integrale visie, in de uitgewerkte onderzoeksopzet, in de heldere beschrijvingen en in het vermogen, om enkele bestaande organisatiekundige concepten kritisch tegen het licht te houden en te nuanceren of weerleggen. Geen 'groundbreaker', wel een aanrader.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    De Bedrijfscultuur als Ziel van de Onderneming

    Schein, E.H., 2000

    Al vele jaren noem ik cultuur de harde zachtheid. Zacht, omdat het schijnbaar ongrijpbare begrip cultuur alleen een factor in de achtergrond lijkt. Hard, omdat het grote effecten heeft op ons denken, voelen en doen. Het hier besproken boek toont de grote consequenties van bedrijfscultuur. Vele joint ventures, overnames en fusies mislukken door onvoldoende aandacht voor cultuur.

    Schein behandelt eerst definities, concepten en kernpunten, inclusief het belang van cultuur, de grondslagen van bedrijfscultuur en de manieren waarop u uw eigen cultuur kunt leren kennen. Het tweede deel is meer gericht op de praktijk: het ontwikkelen en veranderen van bedrijfscultuur in een jonge onderneming; het afleren van een oude, disfunctionele cultuur en het ontwikkelen van een nieuwe bedrijfscultuur; en de ontmoeting van bedrijfsculturen bij overnames en samenwerking.

    "De cultuur van een groep bestaat uit de gemeenschappelijke, impliciete of stilzwijgende veronderstellingen die ze heeft geleerd tijdens de uitvoering van externe taken en het omgaan met de interne verhoudingen" (p. 156). Dit sluit goed aan bij andere definities over cultuur.

    In hoofdstuk 2 beschrijft Schein (bedrijfs)cultuur als een gelaagd begrip met artefacten aan de oppervlakte (organisatiestructuren en processen), beleden waarden (strategieën) als een diepere laag daaronder en onderliggende basisveronderstellingen op het diepste niveau. In de bredere literatuur over cultuur zijn waarden echter juist die dieper liggende overtuigingen van het derde niveau.

    De hoofdstukken 3 en 4 bevatten veel vragen die lezers kunnen gebruiken om zich bewust te maken van de eigen bedrijfscultuur. Deze vragen zijn als markeringspunten op weg naar begrip van de eigen bedrijfscultuur. Om deze punten goed te kunnen benutten, is vaak de hulp van een buitenstaander nodig (onderkenning belang vanuit ruime ervaring; kijken met een frisse blik).

    In tegenstelling tot veel andere managementliteratuur, is dit boek goed toepasbaar in een Nederlandse context (cultuurneutrale formuleringen). Het boek is dan ook een prima eerste kennismaking met bedrijfscultuur. Om werkelijk de bedrijfscultuur aan te pakken, is nog wat meer nodig. Een aanrader!

    Pieter van Nispen

    Terug naar boven


    Waarde(n)vol Leiderschap

    Nair, K., 1998

    Ook al is het hier besproken boek al acht jaar oud, het is nog altijd nieuw als een bron van inspiratie. Het geeft inspiratie voor de manier waarop mensen in het leven staan, in het gezin, in het bedrijfsleven en elders. Het valt het beste te vergelijken met het streven van ouder hun kinderen die normen en waarden mee te geven, die hen in staat stellen in de rest van hun leven de juiste keuzes te maken. Dr. Nair kiest hierbij voor de waarden waarvoor Mahatma Gandhi stond. Dit grote voorbeeld is volgens de schrijver nog altijd geldig voor de huidige tijd en ook in onze geavanceerde Westerse samenleving. Deze claim is gebaseerd op de meer dan dertig jaar ervaring van de schrijver als leidinggevende en organisatieadviseur, deels in de VS.

    Het boek is mooi en verzorgd vorm gegeven: harde kaft, mooi papier, duidelijke letter. Ik kwam slechts één storend foutje tegen, namelijk een Indisch dorp i.p.v. een Indiaas dorp. De mooie vormgeving nodigt ook uit het boek ergens neer te leggen om een gesprek op te roepen. Zo'n gesprek is nuttig en vaak nodig in deze onzekere tijden. Het boek nodigt hiertoe ook uit, juist omdat de tekst niet 'dichtgetimmerd' is. Stellingen zijn bij voorbeeld niet bewezen, verdedigd of strak omschreven; een beroep op universele waarden doet je regelmatig afvragen of dat wel zo universeel is. Verwacht geen sluitend betoog, maar wel een wat idealistisch betoog in de zin van 'los van de harde praktijk'. Dat zet je aan tot zelf nadenken, waar sta ik nu eigenlijk, vooral in verhouding tot anderen? Naar inhoud gaat het boek over waarheid en geweldloosheid, beide in brede betekenis. Geweldloosheid heeft bij voorbeeld ook betrekking op de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen. Anderzijds: als we onze verantwoordelijkheden ten opzichte van anderen niet nakomen, moeten zij voor hun rechten opkomen (p. 56). Tegen deze achtergrond, is het boek opgebouwd rond drie concepten:

  • een eenduidige gedragsnorm

  • een dienstbare instelling
  • beslissingen en handelen gebaseerd op morele principes
  • Ieder van deze drie is nader uitgewerkt in een aantal principes. In lijn met wat ik eerder schreef, licht de schrijver zijn keuze voor dit 'systeem' niet toe. Een beroep op universele waarden is hierbij voor mij onvoldoende, juist ook omdat de Indiase samenleving van Gandhi zowel in tijd als plaats ver van ons is verwijderd. Zo zie ik juist wel culturele verschillen doorwerken in deze opvattingen. Dr. Nair wijst wel op een sterke band met het hindoeïsme, maar ziet niet dat hij via de nauwe verwevenheid tussen cultuur en godsdienst culturele aspecten de facto bevestigt. De plaats ontbreekt om een en ander meer in detail te bespreken. Graag raad ik het boek aan aan een ieder die bereid is na te denken.

    Pieter van Nispen

    Terug naar boven


    De Beleveniseconomie

    Pine, J., Gilmore, J., 2000

    In hun boek De Beleveniseconomie benadrukken Pine en Gilmore, dat niet meer het product centraal staat, maar de beleving die de cliënt ervaart. De cliënt wil betalen voor een bijzondere gebeurtenis of een bijzonder gevoel. Ondernemingen vormen het podium van deze belevenis; de waarde die de cliënt hecht aan deze belevenis, is bepalend voor het prijskaartje van het product of de dienst. Pine en Gilmore beschrijven het begrip beleving aan de hand van concrete voorbeelden bij onder meer British Airways, McDonalds en Harley-Davidson. Dit doen zij op goed onderbouwde en helder leesbare. Het boek kent inhoudelijk veel aansluiting bij de vakgebieden (cognitieve) psychologie, marketing en organisatiestrategie. Door de menselijke rol centraal te stellen, kan een belevenis ook idealerwijze leiden tot transformatie, tot blijvende ontwikkeling. Deze omslag van productdenken naar immateriële ontwikkeling vereist echter nauwkeurig regisseurswerk. Veel zaken die Pine en Gilmore beschrijven zijn niet nieuw maar al langer bekend. Het unieke is echter, dat Pine en Gilmore het economisch waardebeginsel loslaten en de menselijk ervaring en handelswijze als nieuwe waarde centraal stellen. De contouren van de periode na de diensteneconomie worden zichtbaar. In dit opzicht een boeiend en belanghebbend boek.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    De geïndividualiseerde Onderneming

    Ghoshal, S., Bartlett, C., 1999

    Ghoshal en Bartlett, beiden als hoogleraar werkzaam aan de London Business School en de Harvard Business School, keren zich in hun boek De geïndividualiseerde Onderneming tegen de mechanistische en instrumentele benadering van organisaties, waarin mensen als middelen worden opgevat. In plaats van harde organisatiekenmerken als structuren, strategieën en systemen, pleiten zij voor een organisatiemodel waarin het individu en de menselijke creativiteit centraal staan. Hierbij gaat het veel meer om doelstellingen, processen en vaardigheden. Dit vereist een andere houding van het management en een andere invalshoek bij organisatieopbouw en -ontwikkeling. Sturingselementen worden gevormd door vertrouwen in het individu, door zorgen voor continue innovatie en door opbouw van een lerende organisatie. Deze architectonische invalshoek is sterk verwant met het concept van het visionaire bedrijf van Collins en Porras in Gebouwd voor de Toekomst. Ook hier staan mensen, en het belang van het consistente en eenduidige gedrag van mensen, centraal. Daarnaast zijn duidelijk elementen van het INK model te herkennen, waaronder de focus op processen, de rol van het management en het denken in termen van cliëntbelang en resultaten. De geïndividualiseerde Onderneming is een waardevol boek, aangezien het op consequente wijze vanuit een nieuwe visie organisaties opbouwt en van nieuwe uitgangspunten, rollen en instrumenten voorziet.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    Group Dynamics

    Forsyth, D.R., 1998

    Het onderwerp groepsdynamica kent een brede sociaal-wetenschappelijke achtergrond. Organisatiekunde, sociologie, psychologie, antropologie, onderwijskunde, communicatie, politicologie en juridische wetenschappen zijn hierbij de vakgebieden. Forsyth beschrijft hierbij alle onderdelen van groepsdynamica, te weten groepsformatie, ontwikkeling en socialisatie, groepsstructuur, conformiteit en invloed, macht, leiderschap, groepspresteren, besluitvorming, omgevingsfactoren, conflict, intergroepsconflict, groepen en groepsgedrag, groepen en verandering. Bij deze theoretische en praktische beschrijvingen neemt hij geen stellingname, maar laat hij op duidelijke wijze en met concrete voorbeelden de verschillende theoretische hoofdlijnen en invalshoeken zien. Dit onderbouwt hij met concrete studies en onderzoeksresultaten Het boek is goed toegankelijk, leest prettig en is gestructureerd opgezet. Tabellen en figuren verhelderen de theorie en verschaffen extra duidelijkheid. Elk hoofdstuk wordt tevens afgesloten met een samenvatting. Forsyth is er in zijn boek Group Dynamics in geslaagd, om alle betreffende kennisgebieden te integreren tot een allesomvattende analyse en zeer bruikbaar praktijk over groepsdynamica. Sterk aanbevolen.

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven


    In Search of Excellence

    Peters, T., Waterman, R.H., 1982

    In Search of Excellence van Peters en Waterman is een echte managementklassieker en heeft voor wereldwijde verkopen en bespreking geleid. Peters en Waterman, in die tijd organisatieadviseurs bij McKinsey in Amerika, onderzochten 43 ondernemingen uit de Fortune's top 500, geselecteerd op basis van opgestelde prestatiecriteria. Peters en Waterman vonden een rode lijn uit al deze bedrijven, bestaande uit 8 thema's die verantwoordelijk waren voor het succes van deze bedrijven. Deze thema's zijn:

  • actiegerichtheid

  • contact met de klant

  • autonomie en ondernemerschap

  • mensen als bron voor productiviteit

  • "hands-on" waardegedreven management

  • "bij de leest blijven"

  • simpele organisatiestructuur, kleine staf

  • centrale waarden gecombineerd met decentrale autonomie
  • In Search of Excellence is om meerdere redenen een belangrijk boek. Het maakte de zgn. soft skills tot harde managementvariabelen en succesfactoren voor ondernemingen. Het zette voor het eerst als zodanig het onderwerp bedrijfscultuur op de internationale managementagenda. Daarnaast is het met ruim 6 miljoen exemplaren het bestverkochte en gelezen managementboek uit de geschiedenis. Internationaal heeft het boek grote impact gehad op de manier waarop naar organsiaties werd gekeken. En als plezierige toegift leest In Search of Excellence als een spannend jongensboek vol voorbeelden en ontdekkingen. Ken uw klassiekers!

    Drs. Shahram Fazili

    Terug naar boven